
1) Draagkracht van de grond
De grond waar de veranda op komt, moet voldoende draagkrachtig zijn, d.w.z. moet zonder vervormingen in de tijd de belasting kunnen opnemen. Daarom mag het geen teelaarde zijn (organische deeltjes vergaan en verliezen aldus volume, en de grond klinkt in) én moet het ongeroerde grond zijn: vaste grond waar nog nooit in gegraven is. Ligt de grondslag te laag, dan kan u deze verhogen met gestabiliseerd zand, wat tegelijkertijd ook de draagkracht verhoogt.
Is de ondergrond te slecht om rechtstreeks op te funderen, dan kunnen de sleuven waarover u spreekt, gegraven worden tot op voldoende draagkrachtige bodem. 30cm is een gebruikelijke breedte. Deze fundering kan dan de belasting overbrengen op de vaste ondergrond. De er op liggende betonplaat moet dan zelfdragend uitgevoerd worden, dus voldoende dik en bewapend om niet te steunen op de grondslag.
2) Vorstvrij funderen
De sleuven rondom hebben geen dragende functie als de plaat op vaste grond gestort is, maar zorgen wel voor een vorstrand. Daardoor kan er bij hevige vorst geen bevroren grond tot onder de fundering komen en deze naar boven drukken (met alle gevolgen van dien). Dit impliceert dat in dit geval de breedte van die funderingssleuven niet zo belangrijk is, maar wel de diepte. 80cm is een veilige grens.